ECLI:NL:RBMNE:2025:202

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
UTR 23/4162
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht zorgtoeslag 2016

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen van 23 april 2019 betreffende de zorgtoeslag over het jaar 2016. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht het griffierecht van €50,- te betalen, eerst via een aangetekende brief en daarna via een e-mail, maar betaling bleef uit.

Omdat het griffierecht niet is voldaan en eiser geen geldige reden heeft gegeven voor het uitblijven van betaling, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet zich hierdoor genoodzaakt het beroep niet inhoudelijk te behandelen.

Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend. Eiser is geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen, waarin hij zijn bezwaren kan toelichten en eventueel een zitting kan verzoeken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4162

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] (Spanje), eiser

en

Dienst Toeslagen (voorheen: Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 23 april 2019 over de zorgtoeslag van 2016.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 6 oktober 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Omdat deze aangetekende brief niet meer traceerbaar is, heeft de rechtbank eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen. Deze brief is op 12 september 2024 naar het mailadres van eiser verzonden.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak rechter
te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.