Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder inzake een naheffingsaanslag. Verweerder heeft echter in het verweerschrift aangegeven het eerdere besluit te herroepen en de naheffingsaanslag in te trekken. Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen, waardoor verzoeker geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van het beroep.
De rechtbank overweegt dat het procesbelang essentieel is voor ontvankelijkheid en dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het geschil is komen te vervallen. Tevens oordeelt de rechtbank dat verzoeker niet kan verzoeken om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom, omdat de procedure niet is ingesteld wegens niet-tijdig beslissen.
Ondanks de niet-ontvankelijkheid veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker, omdat de intrekking van de naheffingsaanslag pas na het instellen van het beroep heeft plaatsgevonden. De proceskosten worden vastgesteld op €1.150,-, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast. Ook dient verweerder het griffierecht van €51,- aan verzoeker te vergoeden.