De vader vordert dat de moeder de omgangsregeling, vastgesteld op 8 november 2023 en gewijzigd op 11 oktober 2024, nakomt. De omgang betreft begeleid contact tussen vader en minderjarige kind, waarbij de vader het gezag niet heeft en het kind bij de moeder woont.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er al een half jaar geen begeleid contact is geweest, maar dat de vader onvoldoende heeft aangetoond dat hij actief heeft geprobeerd de begeleide omgang te realiseren. De moeder heeft direct na de wijziging contact gezocht met de begeleidingsinstelling, terwijl de vader afspraken niet bevestigde en zelfs niet verscheen bij een gepland contactmoment.
De vader heeft ook geen spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij de bodemprocedure kan afwachten, mede gezien het feit dat hij pas in februari 2025 hoger beroep heeft ingesteld en de zaak zelf heeft laten liggen. De vader blijft wel gerechtigd tot begeleide omgang, maar moet zelf contact opnemen met de instelling.
De voorzieningenrechter compenseert de proceskosten, ieder draagt zijn eigen kosten, en verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn vordering tot nakoming van de omgangsregeling.