Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 7 juli 2024 in Almere, samen met een ander of anderen of alleen, heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven door met een vuurwapen op de woning van [slachtoffer] te schieten;
op 7 juli 2024 in Almere, samen met een ander of anderen of alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven althans met zware mishandeling, door met een vuurwapen op de woning van [slachtoffer] te schieten;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
medeplegen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
- aan verdachte een maatregel op te leggen strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 3 jaren, inhoudend een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] en een locatieverbod rond de woning van [slachtoffer] .
- een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie (‘
- een Pro justitia rapport psychologisch onderzoek van 30 januari 2025;
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 7 april 2025.
9.BENADEELDE PARTIJ
- gemiste inkomsten € 4.000,00
- kleding € 164,97
- kost en inwoning
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 38v, 38w, 47, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren;
- beveelt dat verdachte:
- zich onthoudt van het – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] ;
- zich niet ophoudt binnen een straal van 100 meter van de woning van [slachtoffer] aan [adres] , [woonplaats] ;
€ 7.450,00 (zevenduizend vierhonderdvijftig euro), waarvan:
- een bedrag van € 4.450,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- een bedrag van € 3.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door de mededader (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed.