Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 11 februari 2025 inclusief 3 producties;
- het tegen gedaagde verleende verstek.
2.De beoordeling
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft bij verstekvonnis van 26 maart 2025 een bestuursverbod opgelegd aan de bestuurder van een besloten vennootschap wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW Pro. De procedure werd gestart door de curator in het faillissement van de vennootschap, die de bestuurder aansprakelijk stelde.
De gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor de rechtbank uitgaat van de juistheid van de stellingen van eiser. Het bestuursverbod wordt opgelegd voor de duur van vijf jaar vanaf het moment dat het vonnis onherroepelijk wordt. Daarbij is expliciet bepaald dat het bestuursverbod niet ziet op de rol van de gedaagde als bewindvoerder en mentor van een derde persoon.
De griffier wordt opgedragen het vonnis direct na uitspraak aan de Kamer van Koophandel te sturen voor inschrijving en registratie van het bestuursverbod. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.243,21, met een extra bedrag bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken door rechter N.A.J. Purcell.
Uitkomst: Bestuursverbod van vijf jaar opgelegd aan bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.