Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 13 juli 2023, genummerd 230705.0820.09762, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een bekennende verklaring van verdachte, doorgenummerde pagina 233;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van doorzoeking ter inbeslagneming, genummerd 230630.0907.2460, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de doorzoeking van de woning van verdachte, doorgenummerde pagina 140 en 141;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 10 juli 2023, genummerd PL0900-2023195176-38, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 754 en 755;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 20 juli 2023, genummerd PL0900-2023195176-63, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 288 en 289.
de rechtbank begrijpt: in [plaats 1]) reed zag ik een Mercedes mij tegemoet rijden. Ik reed op dat moment voor [naam school] . Ik zag dat de Mercedes voor mij stopte en de Mercedes schuin voor mijn auto neerzette zodat de weg geblokkeerd was en ik niet weg kon. Ik zag [verdachte] uit de Mercedes stappen. Ik zag dat [verdachte] naar mij keek en recht op mijn auto afstapte. Ik zag dat [verdachte] heel erg boos keek. Ik zag aan zijn houding en gezichtsuitdrukking dat hij heel boos was. Ik zag dat [verdachte] zijn hand omhoog bewoog. Ik zag dat [verdachte] een pistool in zijn hand had. Ik zag heel duidelijk dat [verdachte] een pistool op mij richtte en naar mijn auto toe kwam lopen. Ik zag dat [verdachte] eerst voor mijn auto bleef staan. Ik hoorde ondertussen mijn kinderen op de achterbank schreeuwen. Ik hoorde hen schreeuwen: "niet mama, niet mama dood maken alsjeblieft, alsjeblieft". Ik was er op dat moment van overtuigd dat [verdachte] mij neer wilde schieten. Ik zag dat [verdachte] vervolgens naar de kant van mijn auto liep waar ik zat. Ik zag dat [verdachte] naast mijn portier kwam staan. Ik zag dat [verdachte] met gestrekte armen en met het pistool in zijn handen op mij gericht bleef staan. Ik had wel gezien dat toen [verdachte] vanaf de voorkant van mijn auto naar de zijkant van mijn auto liep, wel continue het pistool op mij gericht hield. [4]
terug naar zijn auto.
5.BEWEZENVERKLARING
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] zich bevonden,
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
an sichniets zegt over de aanwezigheid van een stoornis, ook al is de weigering in de visie van de deskundigen extreem en zeldzaam. De hypotheses die op basis van het dossier tot stand zijn gekomen, zijn blijven bestaan, omdat er geen onderzoek naar de hypotheses heeft kunnen plaatsvinden. Dit betekent dat er geen conclusies over een stoornis kunnen worden getrokken, ook niet over de eventuele doorwerking van een stoornis en ook niet over de toerekenvatbaarheid en het advies voor de toekomst. Een andere verklaring dan een stoornis voor het gedrag van verdachte kan, aldus de deskundige, zijn dat verdachte een keuze heeft gemaakt om het gedrag te laten zien zoals dat heeft plaatsgevonden. Voor deze hypothese geldt evenwel ook dat de onderzoekers dit niet hebben kunnen onderzoeken, waardoor er geen conclusie kan worden getrokken.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36b, 36d, 36f, 38v, 38z, 57, 285, 285b, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en
- 3 en 11 van de Opiumwet;
13.BESLISSING
- zich niet ophoudt in de stad Utrecht;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1991);
- 2 STK Struik, vermoedelijk hasj-blokken (G3185774);
- 1 STK Verdovende Middelen, 9 blokken vermoedelijk verdovende middelen (G3185790);
- 1 STK baken, geluidsapparatuur, (G3185801);
- 1 STK Munitie (G3185807);
- 2 STK Patroon (G3198893);
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 1 maart 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 3.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [minderjarige 1] toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [minderjarige 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
- verklaart [minderjarige 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [minderjarige 1] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [minderjarige 2] toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [minderjarige 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
- verklaart [minderjarige 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [minderjarige 2] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [minderjarige 3] toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [minderjarige 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 29 juni 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
- verklaart [minderjarige 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [minderjarige 3] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;