ECLI:NL:RBMNE:2025:2082
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde vrijstaande woning op €1.569.000,- voor belastingjaar 2023
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande villa aan een adres in [plaats 1], gesteld op €1.569.000,- met waardepeildatum 1 januari 2022. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentieobjecten waren recent verkocht en vergelijkbaar qua ligging, onderhoud en kwaliteit. De taxatiematrix hield op inzichtelijke wijze rekening met verschillen tussen de woningen.
Eisers argument dat de WOZ-waarden van omliggende panden waren gedaald en dat zijn woningwaarde disproportioneel was gestegen, werd verworpen omdat WOZ-waarden niet worden vastgesteld op basis van andere WOZ-waarden maar op verkoopgegevens.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde van €1.569.000,- blijft gelden. Er is geen ruimte voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.569.000,- wordt ongegrond verklaard.