ECLI:NL:RBMNE:2025:2087
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelruimte en afwijzing schadevergoeding wegens redelijke termijn
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een winkelruimte gelegen aan een A1-locatie in een winkelcentrum. De waarde was door verweerder vastgesteld op € 845.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2022. Eiseres stelde dat deze waarde te hoog was en bepleitte een lagere waarde van € 585.000,-.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde aannemelijk had gemaakt met een onderbouwde huurwaardekapitalisatiemethode, gebaseerd op recente huur- en kooptransacties van vergelijkbare objecten. De door eiseres aangevoerde omzetgerelateerde huurprijs en eerdere huurgegevens konden de vastgestelde waarde niet ondermijnen. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek van eiseres af dat verweerder meer stukken moest overleggen, omdat de gevraagde documenten niet door verweerder waren gebruikt voor de waardebepaling en bovendien zelf opvraagbaar waren.
Ten slotte behandelde de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Gezien het procederen van de gemachtigde van eiseres en de duur van de bezwaar- en beroepsfase, concludeerde de rechtbank dat de redelijke termijn niet was overschreden en wees het verzoek af. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.