Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.INLEIDING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
€ 370.000,- aan cashgeld in een kluis is aangetroffen die door verdachte en diens echtgenote werd gebruikt. Uit het dossier volgt geen direct bewijs voor een specifiek gronddelict waaraan de hier genoemde bedragen kunnen worden gekoppeld. De medeverdachte heeft verklaard dat de woning is verbouwd met gespaard geld, dat de Volkswagen Tiguan wel op haar naam staat, maar van haar nichtje is en dat het aangetroffen cashgeld van verdachte is en afkomstig is uit de autohandel. Uit de telefoontaps blijkt echter dat de Volkswagen Tiguan door verdachte is aangeschaft en dat zijn echtgenote daar ook wetenschap van had. De aanschaf van de Volkswagen Tiguan en de verbouwing van de woning zijn niet terug te zien op de bankrekeningen van verdachte en diens medeverdachte. Uit het financieel onderzoek volgt verder dat verdachte en de medeverdachte in de betrokken perioden een dusdanig beperkt inkomen hadden dat de genoemde uitgaven en het aangetroffen bedrag daarmee niet kunnen worden verklaard. Er kan dan ook met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat de geldbedragen een legale herkomst hebben en dus kan worden geoordeeld dat er sprake is van geld “afkomstig uit enig misdrijf”. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat zij in dit vonnis tot een bewezenverklaring komt van diverse strafbare feiten die te maken hebben met grootschalige handel in verdovende middelen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 4 ten late gelegde medeplegen van witwassen. Verdachte wordt echter vrijgesproken van het gewoonte maken van witwassen, omdat niet is komen vast te staan dat de misdrijven waaruit de geldbedragen afkomstig zijn gedurende een langere periode zijn gepleegd.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 47, 57, 328ter en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
10.BESLISSING
een gevangenisstraf van 5 jaren en 4 maanden;