ECLI:NL:RBMNE:2025:2095
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over terugvordering WW-uitkering wegens motiveringsgebrek
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 april 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een terugvordering van een WW-uitkering door het UWV. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat eiser niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringswetten en dat de terugvordering terecht was, maar dat het besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat het UWV haar eigen aandeel in de ontstane situatie niet had betrokken in de belangenafweging.
Het UWV heeft in een brief van 18 februari 2025 het gebrek niet hersteld en geweigerd de belangenafweging alsnog te maken. De rechtbank oordeelt dat het UWV niet alle relevante feiten heeft verzameld en onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, waardoor het gebrek niet kan worden toegerekend aan eiser alleen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.
De rechtbank draagt het UWV op binnen zes weken na het verkrijgen van gezag van gewijsde een nieuw besluit te nemen waarin het eigen aandeel van het UWV wordt betrokken bij de belangenafweging. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding toe van €2.465,67 en vergoedt reis- en verletkosten van €198,17.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging.