Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- van de vrouw een verzoekschrift met producties 2 t/m 7, ontvangen op 12 augustus 2024;
- van de man een verweerschrift met zelfstandig verzoek, ontvangen op 8 november 2024;
- van de vrouw productie 1, het origineel van haar productie 5 en het betekeningsexploot, ontvangen op 4 september 2024;
- van de vrouw een verweerschrift van 31 december 2024 tegen het zelfstandig verzoek van de man, met producties 8 t/m 23;
- van de vrouw een brief van 8 april 2025 met een vermeerdering van haar verzoeken en productie 24;
- van de vrouw een bericht van 17 april 2025 met bijlage.
2.Waar de procedure over gaat
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- de inhoud van het tussen partijen overeengekomen convenant in de beschikking op te nemen door aanhechting daarvan aan de beschikking;
- voorwaardelijk, indien de man ontvankelijk wordt verklaard in zijn zelfstandig verzoek, een verklaring voor recht af te geven dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft ter hoogte van € 86.042,99, welk bedrag eerst aan de vrouw dient te worden voldaan uit verkoopopbrengst waarna partijen elk recht hebben op de helft van de opbrengst die na aftrek van alle notaris- en verkoopkosten resteert dan wel een andere verdeling vast te stellen die de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat partijen hun eigen proceskosten moeten betalen.