Partijen zijn in 1992 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn feitelijk uit elkaar gegaan in januari 2015. De woning, gezamenlijk eigendom sinds 2011, is in september 2024 verkocht. De vrouw vordert opname van afspraken uit het convenant over de verdeling van de woning in de beschikking, waarbij zij stelt dat de man € 50.000,- zou ontvangen en de rest van de overwaarde aan haar toekomt.
De man betwist dat er afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de woning en verzoekt om een verdeling van de netto verkoopopbrengst gelijk verdeeld over partijen, rekening houdend met een voorschot van € 5.000,- dat hij reeds heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt dat het bestaan van afspraken over de verdeling in het midden kan blijven, omdat de man anders voor meer dan een kwart benadeeld zou zijn en dit vermoeden van dwaling niet is weerlegd door de vrouw.
De rechtbank stelt daarom de verdeling van de verkoopopbrengst vast op gelijke delen, met verrekening van het voorschot. Het verzoek van de vrouw tot een vergoedingsrecht wegens werkzaamheden en uitgaven aan de woning wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een duidelijk wettelijk grondslag. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve de echtscheiding zelf, en partijen dragen hun eigen proceskosten.