Gedaagde heeft op 20 juni 2023 een medische behandeling ondergaan in een Belgisch ziekenhuis en ontving daarvoor een factuur van €155,13. Ondanks sommatiebrieven heeft zij deze factuur niet betaald. Het ziekenhuis vordert betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
De rechtbank Midden-Nederland stelt vast dat zij bevoegd is op grond van de EEX-Verordening en dat Belgisch recht van toepassing is. Gedaagde erkent de hoofdsom verschuldigd te zijn, maar voert verweer tegen de proceskosten. De factuur en aanmaningen zijn naar het juiste adres gestuurd, maar gedaagde ontving de eerste twee aanmaningen waarschijnlijk niet. De derde aanmaning is wel ontvangen, waarop gedaagde reageerde en een betalingsregeling wilde treffen.
De gemachtigde van eiser was echter door personeelstekorten telefonisch niet bereikbaar, waardoor een regeling niet tot stand kwam. De kantonrechter oordeelt dat het onredelijk is om na één aanmaning binnen een maand tot dagvaarden over te gaan zonder bereikbaarheid. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd en draagt iedere partij haar eigen kosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.