Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de verdachte;
- de advocaat van verdachte: mr. J.P.A. van Schaik;
- de nabestaanden van het slachtoffer: [nabestaande 1] en [nabestaande 2] ;
- de advocaat van de nabestaanden: mr. E.H. Bokhorst. Hij nam waar voor mr. E.D. van Elst
- de officier van justitie: mr. L. Lepoutre.
2.TENLASTELEGGING
3.WAARDERING VAN HET BEWIJS
adres: Dorpsstraat;
plaats: Renswoude;
soort weg: een voor het openbaar verkeer openstaande weg;
bebouwde kom: binnen;
lichtgesteldheid: duisternis;
weersgesteldheid: regen;
wegverlichting: wel brandend;
wegsituatie: rechte weg;
maximumsnelheid: 50 km per uur.
Betrokkene 2: [verdachte] , bestuurder [kenteken] , gekoppeld een aanhanger.
4.BEWEZENVERKLARING
5.KWALIFICATIE EN STRAFBAARHEID
6.OPLEGGING VAN STRAF
7.BENADEELDE PARTIJEN
€ 94,38
€ 50,82
8.VORDERING TENUITVOERLEGGING
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 36f van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet.
10.BESLISSING
een taakstraf van 240 uren;
- ontzegt verdachte
- bepaalt dat van de ontzegging
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van drie (3) jaren vast;
- wijst de vordering van [nabestaande 1] toe tot een bedrag van € 34.568,62;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [nabestaande 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 1] aan de Staat € 34.568,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 207 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [nabestaande 2] toe tot een bedrag van € 32.585,42;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [nabestaande 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 2] aan de Staat € 32.585,42 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 197 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [nabestaande 3] toe tot een bedrag van € 7.500,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [nabestaande 3] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 3] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 72 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [nabestaande 4] toe tot een bedrag van € 7.500,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [nabestaande 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [nabestaande 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [nabestaande 4] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 72 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
wijst de vordering toe;
ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 30 dagen.