Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser] ,
2.
[eiseres 1],
3.
[eiseres 2],
1.De procedure
- de akte van [gedaagden] met producties 10-11;
Rechtbank Midden-Nederland
Vader en moeder verkochten een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon, die ieder een onverdeeld half aandeel kregen. Na het beëindigen van de relatie tussen dochter en schoonzoon vorderden vader en moeder vernietiging van de koop wegens dwaling en teruglevering van het aandeel. De rechtbank oordeelde dat het beroep op dwaling faalt omdat schoonzoon niet hoefde te weten dat vader en moeder een verkeerde voorstelling hadden.
De maatschap tussen dochter en schoonzoon werd ontbonden wegens gewichtige redenen, waaronder de echtscheiding en verstoorde familierelaties. Het perceel werd verdeeld in twee gelijke delen, waarbij de erfgrens door kadastrale inmeting wordt vastgesteld. Schoonzoon werd verplicht mee te werken aan de splitsing en levering.
Verder erkende de rechtbank het bestaan van een pachtovereenkomst tussen dochter en schoonzoon als verpachters en schoonzoon en zijn broer als pachters. Deze overeenkomst werd ontbonden wegens ernstige tekortkomingen in de nakoming, waaronder bedreigingen en mishandelingen door de pachters jegens de vader van de verpachter. De pachters werden veroordeeld tot betaling van openstaande elektriciteitsrekeningen en ontruiming van het perceel per 1 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op dwaling af, ontbindt de maatschap en pachtovereenkomst, deelt het perceel in tweeën en veroordeelt de pachters tot betaling en ontruiming.