ECLI:NL:RBMNE:2025:2138
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 mei 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het verzoek werd als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake was van een spoedeisend belang.
Verzoeker stelde dat er sprake was van acute financiële nood, onderbouwd met bankafschriften, een ingebrekestelling voor huurachterstand en aanmaningen van een zorgverzekeraar. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat uit de stukken bleek dat verzoeker nog inkomsten ontving, waaronder huur- en zorgtoeslag, en dat er geen aanwijzingen waren voor een dreigende afsluiting van energie of uithuiszetting.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker sinds januari 2025 niet meer op het opgegeven adres verbleef maar elders woonde. Hierdoor was de financiële situatie niet dusdanig ernstig dat spoedeisendheid kon worden aangenomen. Ook was het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoeker uitviel. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.