Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.mevrouw [procesdeelneemster I]
de heer [procesdeelnemer III]
van hun minderjarige zoon
[minderjarige]
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 mei 2025 een civiele zaak betreffende letselschade na een verkeersongeval op 4 juni 2023 waarbij een moeder en haar minderjarige zoon betrokken waren. De verzekeraar van de tegenpartij erkende aansprakelijkheid, maar betwistte het causaal verband en de omvang van de schade. De verzoekers vorderden een aanvullend voorschot op de schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het causaal verband tussen de door de verzoekers gestelde klachten en het ongeval onvoldoende was onderbouwd, mede door het ontbreken van onafhankelijk medisch onderzoek en de aanwezigheid van pre-existentie en predispositie. De medische adviezen van beide partijen verschilden van mening over de aard en ernst van het letsel en het verband met het ongeval.
De schadeposten, waaronder huishoudelijke hulp en verlies van arbeidsvermogen, waren onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. De rechtbank wees het verzoek tot een aanvullend voorschot voor de moeder af. Voor de minderjarige zoon werd een beperkt voorschot van €250,00 op smartengeld toegewezen. De kosten van de deelgeschilprocedure werden deels toegewezen aan de ouders als wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige, terwijl de kosten van de procedure van de moeder werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot aanvullend voorschot letselschade afgewezen wegens onvoldoende causaal verband en onvoldoende onderbouwing; beperkt voorschot smartengeld toegekend aan minderjarige.