Uitspraak
Procedure
Bezwaarschrift
Het standpunt van de officier van justitie
Beoordeling
Beslissing
gegrond;
Rechtbank Midden-Nederland
Een minderjarige veroordeelde kreeg een taakstraf van 35 uur opgelegd voor openlijk geweld en opzettelijke vernieling. Na een bevel tot DNA-afname werd zijn celmateriaal afgenomen voor opname in de DNA-databank. De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze opname vanwege zijn autisme, wat leidt tot voortdurende stress en onvermogen tot relativering.
De raadsman voerde aan dat de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, waaronder de minderjarigheid en de lichte straf, maken dat opname van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor opsporing en vervolging. De officier van justitie erkende deze bijzondere omstandigheden en stelde zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond moet worden verklaard.
De rechtbank overwoog dat hoewel de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geen generieke uitzondering voor minderjarigen kent, in dit concrete geval de bijzondere omstandigheden, waaronder de lichte taakstraf en het autisme van de veroordeelde, leiden tot disproportionaliteit van DNA-opname. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen opname van het DNA-profiel in de databank is gegrond verklaard en het celmateriaal moet worden vernietigd.