In deze zaak verhuurt eiser een woning aan gedaagde, die een huurachterstand van ruim drie maanden heeft laten ontstaan en tevens overlast heeft veroorzaakt. Eiser vordert betaling van de achterstand, de verdere huurtermijnen, wettelijke rente, incassokosten en ontruiming van de woning.
Gedaagde is niet verschenen op de mondelinge behandeling, waarop verstek tegen hem is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen gegrond en niet onrechtmatig zijn. De huurachterstand bedraagt €6.700,00 tot en met maart 2025, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 maart 2025.
De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €375,00 toegewezen, conform het toepasselijke Besluit. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van in totaal €1.080,45, te vermeerderen met rente en kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.