Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het standpunt van eiseres
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres ontving op 26 april 2024 een brief van de staatssecretaris waarin haar inpasbaarheidsverklaring werd ingetrokken vanwege niet-conform gedrag aan de Gedragscode Tolken van de IND. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd op 20 juni 2024 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro zou zijn.
De rechtbank heeft op 9 april 2025 de zaak behandeld en beoordeeld of de intrekking als een publiekrechtelijke rechtshandeling kan worden aangemerkt. De rechtbank concludeert dat de inpasbaarheidsverklaring niet is gebaseerd op een specifiek wettelijk voorschrift en dat de intrekking een privaatrechtelijke handeling betreft. Hierdoor is er geen bestuursrechtelijk besluit en is bezwaar niet mogelijk.
Eiseres stelde dat de intrekking wel een publiekrechtelijke grondslag heeft vanwege de werkinstructie van de IND en de publieke taak van de staatssecretaris, maar dit werd verworpen. De rechtbank stelt dat het stellen van aanvullende eisen aan tolken een privaatrechtelijke bevoegdheid is van de IND en dat de rechtsbescherming van eiseres niet wordt aangetast omdat haar inschrijving in het register van beëdigde tolken ongewijzigd blijft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de intrekking van de inpasbaarheidsverklaring geen besluit is in de zin van de Awb. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de intrekking van de inpasbaarheidsverklaring geen besluit is in de zin van de Awb.