Op 14 mei 2021 werd verzoekster in haar auto van achteren aangereden door een verzekerde van Nationale-Nederlanden (NN). Verzoekster ondervond klachten en beperkingen en probeerde aanvankelijk haar schade te regelen met haar eigen SVI-verzekeraar, Unigarant. Na meningsverschillen over de medische rapporten van een neuroloog en psychiater sloot Unigarant het dossier, waarna verzoekster NN benaderde voor verdere schadeafhandeling.
Er ontstond een geschil over de waarde van de medische rapporten, waarbij NN stelde dat verzoekster relevante informatie niet had gedeeld met de deskundigen, waardoor de rapporten niet bruikbaar zouden zijn. Verzoekster betwistte dit en verzocht de rechtbank vast te stellen dat NN gebonden is aan de rapporten, dat haar klachten door het ongeluk zijn veroorzaakt en dat NN moet meewerken aan aanvullend onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat NN als opvolgend verzekeraar niet gebonden is aan de rapporten die in onderling overleg tussen verzoekster en Unigarant zijn opgesteld. De bewijskracht van de rapporten is daarmee gelijk te stellen aan partijdeskundigenrapporten. NN heeft voldoende onderbouwd dat er relevante onduidelijkheden en ontbrekende informatie zijn die de uitkomsten van de rapporten kunnen beïnvloeden.
Gezien het nieuwe bewijsrecht is het aannemelijk dat een bodemrechter de deskundigen zou willen horen alvorens te oordelen over de bewijskracht. De rechtbank kan in deze procedure niet vooruitlopen op de bewijskracht en wijst de verzoeken van verzoekster af. De rechtbank geeft partijen in overweging de deskundigen te laten rapporteren over de onduidelijkheden om een constructieve oplossing te bevorderen.
De kosten van deze deelgeschilprocedure worden begroot op € 6.853,44 plus griffierecht, maar er wordt geen veroordeling in de kosten uitgesproken omdat het causaal verband nog niet is vastgesteld.