Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
[A],
1.[verweerder sub 1] ,
2.
[verweerster sub 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 19 oktober 2022 vond een bijtincident plaats op een grasveld waarbij de hond van [verweerster sub 2] de hond [naam] van [verzoekster] heeft gegrepen en geschud, met de dood van [naam] tot gevolg. De dochter van [verzoekster] liep mee en zag het incident gebeuren.
De rechtbank stelde vast dat [verzoekster] juridisch eigenaar was van [naam] en dat [verweerster sub 2] als eigenaar van de bijtende hond aansprakelijk is voor de materiële schade van [verzoekster]. Deze aansprakelijkheid werd vastgesteld op 60%, vanwege eigen schuld van [verzoekster] omdat [naam] losliep terwijl dit op die plek verplicht was.
Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade van zowel [verzoekster] als haar dochter werd afgewezen, omdat onvoldoende concrete onderbouwing en bewijs van geestelijk letsel ontbrak. Ook werd vastgesteld dat de dochter niet is gebeten.
De rechtbank begrootte de proceskosten op €7.141,30 en veroordeelde [verweerster sub 2] tot betaling van 60% daarvan. Het verzoek tegen [verweerder sub 1] werd afgewezen omdat hij geen eigenaar of betrokkene was.
De beschikking werd uitgesproken op 15 mei 2025 door mr. H.M.M. Steenberghe.
Uitkomst: De eigenaar van de bijtende hond is voor 60% aansprakelijk voor de materiële schade van de eigenaar van de overleden hond; immateriële schade wordt afgewezen.