ECLI:NL:RBMNE:2025:2244

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
C/16/590411
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en aanhouding beslissing kinderalimentatie na scheiding ouders

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de vader tegen de moeder over de zorgregeling voor hun minderjarige zoon, geboren in 2024. De ouders hebben gezamenlijk gezag, maar zijn het niet eens over de omgangsregeling. De vader wenst een zorgregeling waarbij het kind in de ene week op vrijdagmiddag en in de andere week van vrijdagavond tot zondagmiddag bij hem verblijft, met vervoer door beide ouders.

De rechtbank acht het te vroeg om een definitieve zorgregeling vast te stellen omdat de omgang tot nu toe altijd begeleid is geweest. Wel is op de zitting een opbouwregeling afgesproken waarbij de omgang eerst drie keer begeleid moet plaatsvinden door een professionele begeleider, waarna stapsgewijs onbegeleide omgang en overnachtingen kunnen volgen. De vader onderzoekt de mogelijkheden voor professionele begeleiding, waarbij het Leger des Heils en het buurtteam van de gemeente Hilversum worden betrokken.

Totdat begeleiding is gevonden, verblijft het kind op vaste momenten bij de vader onder begeleiding van de moeder of opa en stiefoma. De rechtbank verklaart de voorlopige zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad en stelt de beslissing over de definitieve zorgregeling aan tot 10 november 2025. De beslissing over kinderalimentatie wordt aangehouden in afwachting van bericht of partijen tot overeenstemming zijn gekomen. Als dat niet lukt, volgt een nieuwe procedure met een zitting.

De rechtbank waardeert het feit dat ouders tot een voorlopige regeling zijn gekomen en openstaan voor hulpverlening. De beschikking is openbaar uitgesproken en kan, voor zover definitief, door tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige zorgregeling vast met professionele begeleiding en houdt de beslissing over kinderalimentatie aan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/590411 / FO RK 25-312
Zorgregeling
Beschikking van 9 mei 2025
in de zaak van:
[vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. F.R.G. Drenth,
tegen
[moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. F. Heidinga.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 18 maart 2025;
  • het wijzigingsverzoek (met bijlagen) van de vader, van 1 april 2025;
  • het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder, met daarin een zelfstandig verzoek, van 1 april 2025.
  • productie 6 van de vader, van 10 april 2025.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 11 april 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [A] en [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
Na de zitting heeft de rechtbank op 25 april 2025 het F9-formulier van de vader ontvangen.
1.4.
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] , de zoon van de ouders, niet gevraagd wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2. Waar de procedure over gaat
2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
-
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen.
2.4.
De ouders zijn het niet eens over de zorgregeling. De vader wil dat [minderjarige] in de ene week op vrijdag van 13.00 uur tot 16.00 uur omgang heeft bij de vader op de groep, waarbij de moeder [minderjarige] brengt en de vader [minderjarige] terugbrengt. In de andere week wil de vader dat [minderjarige] vanaf vrijdag 17.00 uur tot zondagmiddag 15.00 uur bij de vader (in de woning van opa en stiefoma vaderszijde (hierna: vz)) verblijft, waarbij de moeder [minderjarige] brengt en de vader [minderjarige] terugbrengt.
2.5.
De moeder is het hier niet mee eens. Zij vraagt de rechtbank om het verzoek van de vader af te wijzen. Het zelfstandige verzoek van de moeder over de kinderalimentatie is aangehouden in afwachting van het bericht daarover van partijen, omdat partijen zelf eerst willen onderzoeken of zij tot overeenstemming kunnen komen. Als partijen dat niet lukt, mag vader een verweerschrift indienen en zal een mondelinge behandeling worden ingepland om het verzoek om kinderalimentatie van de moeder te behandelen.

3.De beoordeling

Nog geen beslissing over de definitieve zorgregeling
3.1.
De rechtbank zal nu nog geen beslissing over de definitieve zorgregeling nemen, maar de beslissing nog zes maanden uitstellen.
3.2.
De rechtbank vindt de door de vader verzochte zorgregeling op dit moment nog te vroeg, omdat de omgang tot op heden altijd begeleid is geweest door moeder of opa en stiefoma (vz). Wel ziet de rechtbank ruimte voor een volgende stap. De ouders hebben daarom op de zitting een opbouwregeling met elkaar afgesproken. De rechtbank wil het verloop van deze regeling afwachten. Als de opbouw in zorgregeling goed gaat, wil de rechtbank de ouders de kans geven om samen tot een definitieve zorgregeling te komen. Als dat de ouders niet lukt, dan kan de rechtbank alsnog een definitieve zorgregeling vast stellen.
3.3.
Zowel de Raad als de rechtbank en de ouders vinden het belangrijk dat de omgang tussen de vader en [minderjarige] eerst drie keer begeleid plaatsvindt door een professionele begeleider en dat die begeleider rapporteert aan de ouders over het verloop van de zorgregeling. De vader heeft gesteld dat er bij de [instelling] wel begeleiding aanwezig is in het pand, maar dat zij niet actief de omgang kunnen begeleiden. Omdat de rechtbank het belangrijk vindt dat er eerst iemand meekijkt, hebben de ouders afgesproken dat de vader gaat onderzoeken welke begeleiding vanuit de woongroep mogelijk is. Na de zitting heeft de vader de rechtbank laten weten dat de woongroep van de vader niet de expertise in huis heeft om de omgangsmomenten te begeleiden. De vader is doorverwezen naar het bureau trajectmanagement van het Leger des Heils en zij hebben aangegeven een indicatie nodig te hebben en dat het de aankomende maanden waarschijnlijk niet mogelijk is om op vrijdagmiddag de omgang te begeleiden. Anders dan de vader heeft verzocht zal de rechtbank de procedure niet voor twee maanden aanhouden. De rechtbank kan de ouders evenmin – formeel – doorverwijzen naar een begeleidende instantie. Wel vindt de rechtbank het belangrijk dat bij de eerste drie omgangsmomenten bij de [instelling] professionele begeleiding aanwezig is. Voor zover het Leger des Heils niet op korte termijn beschikbaar is om deze omgang te begeleiden op grond van deze beschikking, verwijst de rechtbank de ouders naar het (sociale) buurt/wijkteam van de gemeente Hilversum om op korte termijn de benodigde professionele begeleiding te krijgen.
3.4.
Zolang er nog geen begeleiding is gevonden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • iedere dinsdag van 18.00 uur tot 19.00 uur, bij de moeder thuis;
  • één keer in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz) thuis.
Als de vader professionele begeleiding gevonden heeft, hebben zij het volgende afgesproken:
Stap 1: zodra er professionele begeleiding is gevonden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] (de woongroep van de vader), in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen en onder deze professionele begeleiding, gedurende drie keer, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz), waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] bij de moeder terugbrengt.
Nadat het omgangsmoment op vrijdagmiddag bij de [instelling] drie keer heeft plaatsgevonden, adviseert de professionele begeleider of dit omgangsmoment voortaan onbegeleid kan plaatsvinden.
Stap 2: zodra de omgang bij de [instelling] volgens de professionele begeleider onbegeleid kan plaatsvinden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] , in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen, gedurende drie keer, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, hij met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz).
Stap 3: zodra de omgang drie keer onbegeleid op de vrijdagmiddag goed is gegaan, dan verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] , in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] en vanaf 18.00 uur tot zaterdag 10.00 uur bij opa en stiefoma (vz), waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt en de moeder [minderjarige] bij opa en stiefoma (vz) ophaalt en waarbij de overnachting alleen plaatsvindt als opa en stiefoma (vz) aanwezig zijn tijdens de nacht.
Stap 4: als de overnachting van [minderjarige] bij vader in de woning van opa en stiefoma (vz) goed gaat, dan kunnen de ouders met elkaar afspreken dat de zaterdagochtend verlengd wordt naar de zaterdagmiddag 15.00 uur. Vervolgens kan worden uitgebouwd naar een weekendregeling (vrijdag tot en met zondag), zoals door de vader is verzocht, als dit in het belang van [minderjarige] is.
3.5.
De rechtbank vindt het positief dat het de ouders gelukt is om een voorlopige zorgregeling af te spreken en dat zij openstaan voor hulpverlening. Daarnaast vindt de rechtbank het positief dat de ouders tot op zekere hoogte goed contact met elkaar hebben.
Kinderalimentatie
3.6.
De moeder heeft de rechtbank verzocht om een bedrag aan kinderalimentatie vast te stellen. De rechtbank zal de beslissing over deze verzoeken aanhouden in afwachting van bericht van de advocaten of er wel of geen overeenstemming is bereikt. Als het de ouders niet lukt om overeenstemming te bereiken, dan krijgt de vader een nieuwe termijn waarbinnen hij verweer kan voeren. Daarna zal er een nieuwe zitting worden gepland.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.7.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
stelt de volgende voorlopige zorgregeling vast:
Zolang er nog geen begeleiding is gevonden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • iedere dinsdag van 18.00 uur tot 19.00 uur, bij de moeder thuis;
  • één keer in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz) thuis.
Zodra er professionele begeleiding is gevonden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] (de woongroep van de vader), in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen en onder professionele begeleiding, gedurende drie keer, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz), waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] bij de moeder terugbrengt;
Zodra de omgang bij de [instelling] volgens de professionele begeleider onbegeleid kan plaatsvinden, verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] , in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen, gedurende drie keer, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, hij met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 17.45 uur bij opa en stiefoma (vz).
Zodra de omgang drie keer onbegeleid op de vrijdagmiddag goed is gegaan, dan verblijft [minderjarige] bij de vader:
  • in de ene week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] , in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen, waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt, met [minderjarige] rond 17.00 uur eet en de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
  • in de andere week van vrijdag 15.30 uur tot 18.00 uur bij de [instelling] , in de daarvoor bestemde ruimte om kinderen te ontvangen, en vanaf 18.00 uur tot zaterdag 10.00 uur bij opa en stiefoma (vz), waarbij de vader [minderjarige] bij de ouders van de moeder ophaalt en de moeder [minderjarige] bij opa en stiefoma (vz) ophaalt, waarbij de overnachting alleen plaatsvindt als opa en stiefoma (vz) aanwezig zijn tijdens de nacht.
4.2.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
houdt de beslissing over de zorgregeling aan tot
10 november 2025, in afwachting van het verloop van de voorlopige zorgregeling, met het verzoek aan de advocaten om tijdig voor die datum te laten weten:
  • of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;
  • of een nieuwe zitting nodig is;
  • of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;
4.4.
houdt iedere beslissing over de kinderalimentatie aan in afwachting van het bericht van partijen of zij overeenstemming hebben bereikt.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.R. Hurenkamp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.C. van Schip, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!