ECLI:NL:RBMNE:2025:2274
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- L.E. Verschoor-Bergsma
- S.S.I. Jackson
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit verkoop telefoons vastgesteld op €70
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 22 april 2025 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €9.605,68. De vordering betrof de opbrengsten uit de verkoop van telefoons door de veroordeelde, die eerder werd veroordeeld voor medeplegen van gewoonte(opzet)heling.
De officier van justitie handhaafde de vordering, gebaseerd op een ontnemingsrapport waarin werd gesteld dat de veroordeelde samen met medeveroordeelden wekelijks 10 tot 15 telefoons verkocht met een gemiddelde opbrengst van €195 per stuk. Deze berekening was gebaseerd op een tapgesprek en aannames over winstverdeling.
De verdediging betwistte deze berekening en stelde dat de veroordeelde slechts zes tot acht telefoons had verkocht, met een winst van ongeveer €120. De veroordeelde verklaarde ter terechtzitting zeven telefoons te hebben verkocht en €70 tot €80 te hebben verdiend.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen bevat om de hogere bedragen te onderbouwen. De schattingen in het ontnemingsrapport waren niet voldoende onderbouwd en de winstverdeling was onzeker. Daarom stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op het door de veroordeelde zelf opgegeven bedrag van €70.
De rechtbank legde de verplichting op aan de veroordeelde om dit bedrag aan de Staat te betalen en bepaalde de duur van de gijzeling op maximaal één dag. Het vonnis is uitgesproken op 6 mei 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €70 en veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.