Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:2292

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
11482419
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering energieleverancier wegens onbetaalde termijnbedragen en eindafrekening

Vattenfall Sales Nederland N.V. heeft een overeenkomst gesloten met een besloten vennootschap voor de levering van elektriciteit en gas. Vattenfall vordert betaling van openstaande termijnbedragen en de eindafrekening, vermeerderd met rente en kosten. De gedaagde vennootschap voert verweren aan zoals het ontbreken van specificaties en een lager maandbedrag bij een andere energieleverancier.

De rechtbank oordeelt dat de verweren van gedaagde niet slagen. De overeenkomst is rechtsgeldig gesloten met de vennootschap, niet met haar bestuurder. De gespecificeerde eindafrekeningen zijn overgelegd en ontvangen, en het lagere voorschot bij een andere leverancier is niet relevant. Een eerdere betaling van € 3.000 is verrekend.

De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van € 7.723,49, verhoogd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van € 516. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door rechter I.L. Rijnbout.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 8.811,40 inclusief rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK Utrecht

Civiel recht
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11482419 \ AC EXPL 25-65 BJvd/61169
Vonnis van 4 juni 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Vattenfall Sales Nederland N.V., mede handelend onder de namen Nuon Energie, Nuon Vattenfall en Nuon Sales Nederland,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Vattenfall,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend bij haar bestuurder [A] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7,
- het proces verbaal van de rolzitting van 15 januari 2025, waarin de heer [A] namens [gedaagde] is verschenen voor mondeling antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
Namens [gedaagde] is een overeenkomst gesloten met Vattenfall voor de levering van elektriciteit en gas. Vattenfall vordert in deze procedure betaling van een aantal termijnbedragen en de eindafrekening, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] is het niet eens met de vordering van Vattenfall, onder andere omdat zij geen specificaties heeft ontvangen en bij haar huidige energieleverancier een lager maandbedrag betaalt. De verweren van [gedaagde] slagen niet. De kantonrechter wijst de vordering van Vattenfall toe.

3.De beoordeling

[gedaagde] heeft een overeenkomst met Vattenfall
3.1.
Op 10 januari 2022 heeft Vattenfall een overeenkomst gesloten met [gedaagde] voor de levering van energie en gas op de [adres] te [plaats] . [gedaagde] is op grond van de overeenkomst de termijnbedragen en de eindafrekening aan Vattenfall verschuldigd. Omdat [gedaagde] de termijnbedragen van april 2023 tot en met november 2023 en de eindafrekening van 2023 niet heeft betaald is zij in beginsel gehouden om aan Vattenfall het bedrag van € 7.207,49 te betalen.
[gedaagde] en niet de bestuurder is contractspartij van Vattenfall
3.2.
De heer [A] (hierna: [A] ) is bestuurder van [gedaagde] en heeft namens [gedaagde] verweer gevoerd. [A] stelt dat [gedaagde] een tijdje een andere bestuurder heeft gehad en dat hij vermoedt dat deze bestuurder alle bedragen van werkmaatschappijen heeft laten overboeken naar de energieleverantie van de woning. Volgens [A] wordt hij verantwoordelijk gemaakt voor schulden van bedrijven waar hij niets mee te maken heeft.
3.3.
Het staat vast dat ten tijde van het sluiten van het energiecontract niet [A] , maar de heer [B] bestuurder was van [gedaagde] . Omdat niet de bestuurder, maar [gedaagde] de contractspartij is van Vattenfall, maakt het niet uit wie destijds de bestuurder van [gedaagde] was. Dat op de energierekeningen ook verbruik van andere adressen is meegeteld is door [gedaagde] niet onderbouwd. Dit verweer slaagt daarom niet.
[gedaagde] heeft de eindafrekeningen ontvangen
3.4.
[gedaagde] stelt dat zij de gespecificeerde eindafrekeningen niet heeft ontvangen en dat het verbruik niet kan kloppen met de woning van [A] waar de energie geleverd wordt, mede omdat die bij zijn huidige energieleverancier een lager maandbedrag betaalt.
3.5.
Dat [gedaagde] bij haar huidige energieleverancier een lager voorschot per maand betaalt, is voor deze zaak niet relevant, omdat de verbruiker zelf de hoogte van het voorschot mag bepalen. Daarnaast zijn de gespecificeerde eindafrekeningen overgelegd als producties bij de dagvaarding. [gedaagde] heeft deze specificaties dus in elk geval toen ontvangen. [gedaagde] heeft al voorafgaand aan deze procedure aan Vattenfall de meterstanden doorgegeven, waarna door Vattenfall is geconstateerd dat de geschatte meterstanden correct waren. Dat dat niet zo is, heeft [gedaagde] niet onderbouwd.
De door [gedaagde] gedane betaling is al met de vordering verrekend
3.6.
Tot slot stelt [gedaagde] al € 3.000,- aan Vattenfall te hebben betaald. Volgens Vattenfall is deze betaling door haar ontvangen en daarmee is de jaarafrekening van 4 maart 2023 betaald. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Daarom gaat de kantonrechter ervanuit dat het bedrag al eerder verrekend is en de huidige hoogte van de vordering van Vattenfall correct is.
Conclusie: de verweren slagen niet
3.7.
Hoewel [gedaagde] in haar mondelinge antwoord heeft vermeld dat zij nog bewijsstukken van haar stellingen zal overleggen, heeft zij dit niet meer gedaan, ook niet na een herinnering vanuit de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling was er namens [gedaagde] bovendien niemand aanwezig om de verweren toe te lichten.
De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op het bovenstaande, de verweren van [gedaagde] niet slagen. Daarom zal de kantonrechter een bedrag van € 7.723,49 toewijzen.
[gedaagde] moet de wettelijke handelsrente over de hoofdsom betalen
3.8.
De kantonrechter zal de door Vattenfall gevorderde wettelijke handelsrente toewijzen. [gedaagde] is namelijk in verzuim met betaling van de facturen. Volgens Vattenfall bedraagt de wettelijke handelsrente tot 2 december 2024 € 1.087,91 en [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. De gevorderde wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding wordt toegewezen op de wijze zoals in de beslissing wordt vermeld.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke kosten betalen
3.9.
Vattenfall vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De kantonrechter zal € 516,00 toewijzen.
3.10.
De gevorderde wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten zijn namelijk een vorm van vermogensschade. [1] Omdat de wettelijke handelsrenteregeling van artikel 6:119a en 6:119b BW niet van toepassing is op schadevergoedingen, is alleen de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro toewijsbaar over de buitengerechtelijke incassokosten. Daarom zal de wettelijke rente worden toegewezen.
3.11.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
7.207,49
+
- wettelijke handelsrente
1.087,91
- buitengerechtelijke incassokosten
516,00
totaal
8.811,40
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vattenfall worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,21
- griffierecht
543,00
- salaris advocaat
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.471,21
Uitvoerbaar bij voorraad
3.13.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vattenfall te betalen een bedrag van € 8.295,40, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 7.207,49, met ingang van 13 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vattenfall te betalen een bedrag van € 516,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 13 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.471,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro.