Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde c.s.]
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder [gedaagde sub 1] huurt sinds 2014 een woning en vroeg in 2021 huisbewaring aan vanwege remigratie, met haar dochter als huisbewaarder. De Alliantie stelde dat de aanvraag incompleet was en dat toestemming maximaal één jaar werd verleend. Na meer dan drie jaar niet in de woning te hebben verbleven en haar dochter en zoon ingeschreven te hebben op het adres, vordert de Alliantie ontruiming wegens tekortkoming in de huurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten door het gehuurde niet zelf te bewonen en de huisbewaringstermijn te overschrijden. Hoewel de huurder meent dat zij niet op de gevolgen was gewezen, is dit onvoldoende om de tekortkoming weg te nemen. De terugkeer van de huurder is niet aannemelijk gemaakt. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van zes maanden, rekening houdend met het woningtekort en de situatie van de medebewoners.
De medebewoners worden veroordeeld om de ontruiming te gedogen. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de ontruiming direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen zes maanden wegens tekortkoming in de huurovereenkomst.