ECLI:NL:RBMNE:2025:2337

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
UTR 25/755
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken besluitkopie

Eiser heeft op 27 januari 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland tegen een onbekende verweerder. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser het vereiste griffierecht van €53,- niet heeft betaald, ondanks een aangetekende aanmaning met een betalingstermijn van vier weken. Daarnaast heeft eiser geen volledige kopie van het besluit overgelegd, terwijl hij hiervoor een hersteltermijn kreeg via een digitale brief die als aangetekend geldt.

De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd. Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet het griffierecht tijdig worden voldaan om inhoudelijke behandeling mogelijk te maken. Het niet voldoen hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Eiser heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen van het griffierecht en ook niet gereageerd op de verzoeken van de rechtbank.

De rechtbank wijst erop dat er geen proceskostenvergoeding wordt toegekend en informeert eiser over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak. Indien gewenst kan eiser in het verzetschrift een verzoek tot zitting doen om zijn standpunt mondeling toe te lichten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van een kopie van het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/755

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 27 januari 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 28 februari 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd waarbij voor ontvangst getekend op 4 maart 2025.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. De rechtbank stelt verder vast dat eiser geen volledig kopie van het besluit heeft ingediend. De rechtbank heeft eiser op 28 februari 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat hij dit gebrek uiterlijk 28 maart 2025 kan herstellen. Deze brief is verstuurd via het digitale systeem van de rechtbank. Eiser heeft hiervan een melding ontvangen. Omdat eiser digitaal deelneemt aan het systeem, geldt de brief van 28 februari 2025 als een aangetekende brief. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.