Eiser sloot een overeenkomst voor de bouw van een aanbouw met gedaagde sub 2 en sub 3, die samenwerkten, maar gedaagde sub 1 werd niet als contractspartij aangemerkt. De werkzaamheden werden gebrekkig uitgevoerd en uiteindelijk gestaakt, waarna eiser de overeenkomst ontbond en schadevergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde sub 2 en sub 3 als contractspartijen zijn aan te merken, mede op basis van gedragingen, communicatie en erkenning van aansprakelijkheid. Gedaagde sub 1 werd uitgesloten als contractspartij wegens gebrek aan betrokkenheid.
De ontbinding leidt tot terugbetaling van de aanbetaling minus de waarde van ontvangen prestaties, die grotendeels waardeloos bleken. Daarnaast werd schadevergoeding toegekend voor extra kosten die eiser maakte om het werk door derden te laten uitvoeren en herstelkosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde sub 2 en sub 3 hoofdelijk tot betaling van €9.600 terugbetaling en €13.236,76 schadevergoeding, met wettelijke rente vanaf 22 maart 2024. Proceskosten werden verdeeld conform aanwezigheid en rol in de procedure.