Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning die volledig eigendom was van de man. Op 2 februari 2023 sloten zij een notariële samenlevingsovereenkomst waarin was afgesproken dat de vrouw recht had op 20% van de overwaarde van de woning bij beëindiging van de samenwoning.
Kort na het sluiten van de overeenkomst beëindigde de vrouw de relatie en verliet de woning. De vrouw vorderde nakoming van de afspraken uit de overeenkomst, terwijl de man stelde dat hij bij het sluiten van de overeenkomst had gedwaald omdat de vrouw toen al bezig was met het beëindigen van de relatie en een andere woning had geregeld.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw cruciale informatie over haar intenties had moeten delen en dat de man daardoor dwalend was bij het aangaan van de overeenkomst. De korte tijd tussen het sluiten van de overeenkomst en het beëindigen van de relatie en het feit dat de vrouw al ver was gevorderd met het huren van een andere woning, ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank verklaart de samenlevingsovereenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens dwaling en wijst de vorderingen van de vrouw af. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.