Uitspraak
1.De procedure
- de brief van 17 september 2024 inclusief bijlagen met de conclusie van antwoord van [gedaagde]
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- rente tot en met 27 augustus 2024
€
202,85
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft in opdracht van gedaagde haar woning verbouwd en facturen gestuurd voor gewerkte uren en gebruikte materialen. Gedaagde heeft de laatste twee facturen niet volledig betaald en betwist het aantal gefactureerde uren en de kwaliteit van het werk vanwege vermeende gebreken.
Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat eiser de gefactureerde uren daadwerkelijk heeft gewerkt en dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd welke uren niet kloppen. Ook het verweer dat uren voor herstel van slecht werk onterecht zijn gefactureerd, is niet bewezen. Gedaagde heeft geen concrete stukken overlegd die haar stellingen ondersteunen.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde het openstaande bedrag van € 9.911,29 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 augustus 2024. Verrekening met een tegenvordering wegens wanprestatie is niet mogelijk omdat deze niet eenvoudig vast te stellen is en onvoldoende is onderbouwd.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een correcte betalingstermijn in de aanmaningen. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van € 1.308,54 en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van € 9.911,29 met rente en proceskosten.