ECLI:NL:RBMNE:2025:2439
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens lopend traject aanvullende schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag van 18 december 2023 voor aanvullende compensatie bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS).
Verweerder voert aan dat eiser deelneemt aan een alternatieve schaderoute via stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH), waardoor de beslistermijn bij de CWS is opgeschort en eiser geen baat heeft bij een besluit van de CWS. De rechtbank concludeert dat zolang het SGH-traject loopt, verweerder geen besluit zal nemen en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
De rechtbank overweegt dat het procesbelang kan herleven indien het SGH-traject wordt afgebroken zonder vaststellingsovereenkomst, en dat eiser dan opnieuw beroep kan instellen. Er wordt geen griffierechtvergoeding toegekend omdat het beroep vrijwel gelijktijdig met de aanmelding bij SGH is ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen zes weken na verzending van deze uitspraak beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het lopende SGH-traject.