Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten verleende een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor de bouw van woningen, met het voorschrift om een wintergroene windhaag aan te planten. Eiser, die een boomgaard exploiteert naast het bouwperceel, verzocht handhaving omdat de windhaag niet was geplaatst. Het college stelde een last onder dwangsom en verklaarde de bezwaren van eiser niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende zou zijn.
Eiser stelde dat hij pachter is van het perceel en daardoor een persoonlijk belang heeft. De rechtbank stelde vast dat eiser op grond van een vonnis uit 2009 inderdaad pachter is, maar het college motiveerde in het verweerschrift dat eiser niet wordt geraakt in een voldoende objectief en actueel belang. Het bestemmingsplan laat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toe, waardoor eiser niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat eiser niet benadeeld is. Het verzoek om schadevergoeding wegens een gewijzigde locatie van de windhaag werd afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit is vastgesteld.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser wegens het motiveringsgebrek in het bestreden besluit.