Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor het verkrijgen van een chauffeurskaart bij een bedrijf. De minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag afgewezen op grond van de beleidsregels VOG-NP-RP 2024 en het screeningsprofiel taxibranche; chauffeurskaart. De afwijzing is gebaseerd op meerdere strafbeschikkingen binnen en buiten de terugkijktermijn, waaronder strafbare feiten zoals negeren van een stopteken, belediging van een ambtenaar, gevaarlijk rijgedrag, en een lopende cassatieprocedure wegens openlijke geweldpleging en bedreiging.
De rechtbank toetst de afwijzing aan het objectieve en subjectieve criterium. Het objectieve criterium, dat het risico voor de samenleving beoordeelt, is niet in geschil. De rechtbank beoordeelt het subjectieve criterium waarbij het belang van eiser wordt afgewogen tegen het belang van de samenleving. Hierbij weegt de rechtbank mee de aard en hoeveelheid antecedenten, het tijdsverloop en persoonlijke omstandigheden.
Eiser voert aan dat de feiten niet zwaar zijn en dat het tijdsverloop de kans op herhaling verkleint, mede door strenge interne controles binnen de taxibranche. De rechtbank oordeelt echter dat de feiten niet licht zijn, mede vanwege de bekrachtiging van een hogere taakstraf in hoger beroep en het korte tijdsverloop van overtredingen in 2023. De interne controles verminderen niet de noodzaak dat eiser zich voorafgaand aan werkzaamheden aan de regels houdt.
Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals het behalen van papieren en het willen bijdragen aan de maatschappij, wegen niet zwaarder dan het belang van de samenleving. De rechtbank concludeert dat het subjectieve criterium niet is vervuld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.