ECLI:NL:RBMNE:2025:2534
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek gericht tegen wrakingskamer in civiele procedure
Verzoeker heeft een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen alle leden van de wrakingskamer in een civiele zaak, omdat hij vond dat het eerste wrakingsverzoek door het Openbaar Ministerie onderzocht moest worden in plaats van door de wrakingskamer.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen de rechter(s) die de hoofdzaak behandelen en niet tegen alle rechters van de wrakingskamer. Omdat verzoeker het wrakingsverzoek tegen alle leden van de wrakingskamer richtte, is het verzoek niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer heeft daarom afgezien van een mondelinge behandeling en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. De procedure van het eerste wrakingsverzoek wordt voortgezet zoals die was vóór de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is niet-ontvankelijk verklaard en de procedure wordt voortgezet.