Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 5 februari 2025 met producties 1-2;
- de conclusie van antwoord in oppositie met producties 1-2;
- de conclusie van repliek in oppositie met productie 3.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze verzetprocedure vordert [geopposeerde] ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens huurachterstand. In eerste aanleg was een verstekvonnis gewezen, maar [opposant] stelt dat de huurachterstand inmiddels volledig is betaald.
De kantonrechter oordeelt dat het verzet tijdig en ontvankelijk is ingesteld en dat [opposant] belang heeft bij vernietiging van het verstekvonnis. Uit stukken blijkt dat de huurachterstand en rente volledig zijn voldaan, waardoor de vorderingen tot betaling worden afgewezen.
Hoewel [geopposeerde] wijst op eerdere veroordelingen wegens huurachterstand, vindt de kantonrechter ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd vanwege het ontbreken van actuele huurachterstand, het belang van de minderjarige kinderen in de woning en de mededeling van [geopposeerde] geen ontruiming te zullen uitvoeren.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt eveneens afgewezen wegens een oneerlijk beding. [opposant] wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder dagvaarding, griffierecht en salaris gemachtigde.
Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat de huurachterstand volledig is betaald.