ECLI:NL:RBMNE:2025:2606
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsbezit
Verzoeker woont in een huurwoning die op 16 april 2025 door de burgemeester is gesloten voor drie maanden vanwege de vondst van 81,5 gram hennep en 470,66 gram harddrugs in de woning. Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat er sprake is van handelshoeveelheden drugs. Hoewel verzoeker stelde dat een deel van de drugs niet van hem was en dat de doelen van de sluiting al waren bereikt, vond de rechter dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde.
De voorzieningenrechter erkent de ingrijpende gevolgen voor verzoeker, die een kwetsbaar persoon is en geen vervangende woonruimte heeft, maar vindt dat de nadelige gevolgen niet zodanig zijn dat de sluiting moet worden afgewezen. De belangen van de burgemeester wegen zwaarder. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.