ECLI:NL:RBMNE:2025:2609

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
C/16/592068 / KG ZA 25-160
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming samenwerkingsovereenkomst catering FC Utrecht tot 1 juli 2027

Number 1 Snacks en FC Utrecht sloten een overeenkomst voor catering in het stadion tot 1 juli 2025. In 2022 werd deze overeenkomst aangepast en verlengd tot 1 juli 2027, waarbij het opzegbeding werd verwijderd. FC Utrecht zegde de overeenkomst op per 1 juli 2025, wat Number 1 betwistte.

De voorzieningenrechter behandelde het kort geding op 26 mei 2025 en oordeelde dat FC Utrecht gehouden is aan de verplichtingen uit de Tweede Samenwerkingsovereenkomst, inclusief de sponsorovereenkomst. FC Utrecht werd verboden de samenwerking voortijdig op te zeggen vóór 1 juli 2027 of zolang een bodemprocedure anders bepaalt.

Er werd een dwangsom van €25.000 per dagdeel opgelegd bij niet-nakoming, met een maximum van €500.000. Tevens werd FC Utrecht veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: FC Utrecht is veroordeeld tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst tot 1 juli 2027 en verboden voortijdige opzegging onder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/592068 / KG ZA 25-160
Vonnis in kort geding van 27 mei 2025
in de zaak van
HOT DOG KING B.V. T.H.O.D.N. NUMBER 1 SNACKS,
gevestigd te Oostzaan,
eisende partij,
hierna te noemen: Number 1,
advocaat: mr. A.G. Moeijes,
tegen
FOOTBALL CLUB UTRECHT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: FC Utrecht,
advocaat: mr. M.R. Ruygvoorn .

1.De procedure

1.1.
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding en 17 producties,
- de akte van overlegging producties van FC Utrecht met 3 producties,
- de pleitnota van Number1,
- de pleitnota van FC Utrecht.
1.2.
Op 26 mei 2025 heeft mr. S.H. Gaertman, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen, griffier, een mondelinge behandeling gehouden. Daarbij was namens Number 1 aanwezig de heer [A] (General Manager), bijgestaan door mr. Moeijes. Namens FC Utrecht was aanwezig de heer [B] (Financieel en Operationeel Directeur, bijgestaan door mr. Ruygvoorn.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft gezegd dat 3 juni 2025, of zoveel eerder als mogelijk, het vonnis wordt uitgesproken. Het vonnis wordt vandaag in verkorte vorm uitgesproken. De schriftelijke uitwerking volgt zo spoedig mogelijk.
1.4.
De beslissing luidt zoals hieronder bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

[Hier volgt de nog te verstrekken schriftelijke uitwerking.]

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt FC Utrecht tot onverkorte nakoming van de op haar rustende
verplichtingen uit hoofde van de Tweede Samenwerkingsovereenkomst (inclusief
de daaraan gekoppelde sponsorovereenkomst) en verbiedt FC Utrecht de
bestaande samenwerking tussen partijen op te zeggen vóór 1 juli 2027 of zoveel
eerder als in een bodemprocedure wordt bepaald, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per dag(deel), voor iedere dag dat FC Utrecht niet aan deze veroordeling tot nakoming voldoet totdat een maximum van 500.000,- is bereikt,
3.2.
veroordeelt FC Utrecht in de kosten van € 2.118,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als zij niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, wordt daar € 92,00 bij opgeteld,
3.3.
veroordeelt FC Utrecht in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025.