In deze civiele procedure vordert gedaagde zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 477a lid 2 Rv, omdat hij vreest dat eiseres niet aan een eventuele proceskostenveroordeling kan voldoen. Eiseres betwist het bestaan van een reëel verhaalsrisico en onderbouwt dit met financiële gegevens en een vordering op gedaagde.
De rechtbank overweegt dat gedaagde onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een reëel verhaalsrisico. Het feit dat eiseres in een eerdere procedure mogelijk niet heeft betaald, betekent niet dat zij niet kan betalen. Eiseres heeft voldoende bewijs geleverd dat zij verhaal biedt.
Daarom wordt de vordering tot zekerheidstelling afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, die begroot zijn op € 699,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten bij niet-tijdige betaling. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling van de hoofdzaak.