De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de beëindiging van een huurovereenkomst van een onzelfstandige woonruimte. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van huurachterstanden inclusief een huurverhoging en buitengerechtelijke incassokosten.
De huurder betwist de huurachterstand en stelt dat de huurverhoging niet verschuldigd is omdat de voorwaarde van een schriftelijke huurovereenkomst voor onbepaalde tijd niet is vervuld. De kantonrechter concludeert op basis van WhatsApp-berichten dat de huurverhoging onder de opschortende voorwaarde van een schriftelijk contract is overeengekomen, welke voorwaarde niet is vervuld. Daarom is de huurverhoging niet verschuldigd.
Verder is de huurachterstand beperkt tot €150,00, en is onvoldoende bewijs geleverd voor het door de verhuurder gestelde slecht huurderschap, intimidatie, rookgedrag en vernielingen. De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming af. De buitengerechtelijke incassokosten worden gedeeltelijk toegewezen op basis van de werkelijke achterstand. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.