Eisers, exploitanten van een gezinshuis in Houten, vroegen een omgevingsvergunning aan om het aantal op te vangen jongeren uit te breiden met vijf extra plekken, waarvan drie in een bijgebouw met kantoorfunctie. Het college weigerde de vergunning, stellende dat de uitbreiding strijdig was met het bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening, mede vanwege het verlies van kleinschaligheid en mogelijke versnippering van het cultuurhistorisch ensemble.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitbreiding zou leiden tot onaanvaardbare hinder, geluidsoverlast of verkeersdruk. De vrees voor zelfstandige bewoning van het bijgebouw acht de rechtbank ongegrond, omdat de vergunning strikt verbonden is aan jongeren die onder de Jeugdwet vallen. Ook het argument van mogelijke toekomstige versnippering is niet relevant voor de huidige beoordeling.
De rechtbank concludeert dat het college onvoldoende belangen heeft gesteld die de weigering rechtvaardigen en dat de motivering niet voldoet aan de vereisten. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.