Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:266

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
4 februari 2025
Zaaknummer
11327352 \ AC EXPL 24-2383
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArt. 6:96 lid 5 BWArt. 6:96 lid 6 BWArtikel 15.6 Algemene VoorwaardenAlgemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte (versie 29 augustus 2017)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens niet tijdige vroegsignalering bij huurachterstand

De huurder heeft een betalingsachterstand van bijna zeven maanden op de huur van een woning van Portaal. Portaal vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter overweegt dat hoewel de huurachterstand groot genoeg is voor ontbinding, de wettelijke verplichting tot vroegsignalering en een redelijke termijn van twee maanden voor schuldhulpverlening niet is nageleefd. De melding van schuldhulpverlening dateert van 13 september 2024, te kort voor de dagvaarding van 23 september 2024, en een eerdere vermeende melding medio juni 2024 kon onvoldoende worden vastgesteld.

De kantonrechter wijst daarom de ontbinding en ontruiming af, maar veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand tot en met januari 2025, vermeerderd met wettelijke rente. Persoonlijke omstandigheden van de huurder, zoals werkloosheid en gezondheidsproblemen, leiden niet tot kwijtschelding. Tevens wordt een beding over buitengerechtelijke incassokosten in de algemene voorwaarden vernietigd als oneerlijk.

De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. De kantonrechter benadrukt het belang van contact tussen huurder en verhuurder voor betalingsregelingen en wijst op de consumentbescherming in huurovereenkomsten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurachterstand en wettelijke rente toegewezen, ontbinding en ontruiming afgewezen wegens niet-naleving vroegsignalering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 11327352 AC EXPL 24-2383 rch/1466
Vonnis (bij vervroeging) van 22 januari 2025
inzake
de stichting
Stichting Portaal,
gevestigd te Utrecht,
verder ook te noemen: ‘Portaal’,
eisende partij,
gemachtigde: Jongerius Gerechtsdeurwaarders/Juristen Incasso,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen: ‘ [gedaagde] ’,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. A.D.F.V. Hein.

1.De procedure

1.1.
Portaal heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. Portaal heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden.
1.2.
Portaal heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog nadere stukken opgestuurd.
1.3.
Op 29 november 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was namens Portaal aanwezig de heer F.H.J. Timmerman, werkzaam bij Jongerius Gerechtsdeurwaarders/Juristen Incasso. De heer Ü. [gedaagde] was eveneens aanwezig, vergezeld door zijn advocaat, mr. A.D.F.V. Hein.
1.4.
Op de zitting heeft de kantonrechter beslist dat beide partijen zich dienen uit te laten over de tijdigheid van de (eerste) aanmelding voor schuldhulpverlening. Beide partijen hebben zich bij akte hierover uitgelaten.
1.5.
Vervolgens heeft de kantonrechter beslist dat vandaag het vonnis in deze zaak wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] huurt een woning van Portaal voor een bedrag van € 615,48 per maand. [gedaagde] heeft een betalingsachterstand. Portaal wil de huurovereenkomst ontbinden en de woning ontruimen. [gedaagde] is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Het gelijk is grotendeels aan Portaal. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] om de huurachterstand en de bijkomende kosten aan Portaal te betalen, maar wijst de gevorderde ontbinding en ontruiming af.

3.De beoordeling

Ontbinding en ontruiming
3.1.
Als de huurder zijn verplichting om de huur op tijd te betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te beëindigen (ontbinden). De rechter wijst deze vordering alleen toe als de huurachterstand een beëindiging van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Als uitgangspunt wordt wel genomen dat een huurachterstand van drie maanden ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel van) de achterstand alsnog heeft voldaan. [1]
3.2.
De huurachterstand van [gedaagde] ten tijde van dagvaarden bedraagt € 2.992,83, wat neerkomt op bijna 5 maanden achterstand. Ten tijde van de mondelinge behandeling bedraagt de huurachterstand € 4.223,79 (6,8 maanden achterstand). Dat betekent dat de huur achterstand zo groot is, dat deze tot beëindiging van de huurovereenkomst (ontbinding) en ontruiming van het gehuurde kan leiden.
3.3.
Op grond van artikel 2 van Pro het
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening(hierna: het Besluit) moet een verhuurder van een tot bewoning bestemde onroerende zaak betalingsachterstanden van huurders melden bij de gemeente. Verder moeten verhuurders huurders opmerkzaam maken op betalingsachterstanden en de mogelijkheden om daar hulp bij te krijgen. Rechtbank Midden-Nederland heeft met ingang van 1 november 2024 het beleid dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en of ontruiming van het gehuurde in beginsel wordt afgewezen als zonder nadere toelichting tussen de datum van de zogenaamde vroegsignalering bij de gemeente en de datum waarop de dagvaarding is betekend een periode van minder dan twee maanden ligt. [2] De reden hiervoor is dat de melding tot doel heeft de schuldhulpverlening op gang te brengen zodat een procedure tot ontbinding en ontruiming voorkomen kan worden. Een periode van twee maanden om opvolging te kunnen geven aan de melding wordt door de kantonrechters van de rechtbank Midden-Nederland als een redelijke termijn gezien.
3.4.
De bij dagvaarding overgelegde melding schuldhulpverlening van 13 september 2024 voldoet niet aan het voornoemde criterium. Vervolgens heeft Portaal bij akte een document overgelegd betreffende een vroegsignalering waarvan Portaal stelt dat deze medio juni 2024 heeft plaatsgevonden. De kantonrechter overweegt dat op dit overzicht – in tegenstelling tot de vroegsignalering van 13 september 2024 de datum van de melding ontbreekt. Er staat wel in het overzicht dat meneer is gedagvaard. De dagvaarding is uitgebracht op 23 september 2024. Het is daardoor voor de kantonrechter onvoldoende komen vast te staan dat dit een (tijdige) schuldhulpverleningsmelding betreft als bedoeld in het Besluit. Hieruit volgt dat de gevorderde ontbinding en ontruiming wordt afgewezen.
[gedaagde] moet de huurachterstand betalen
3.5.
[gedaagde] heeft (de hoogte van) de huurachterstand niet betwist. De kantonrechter zal daarom de vordering tot betaling van € 2.992,83, zijnde de huurachterstand tot en met 30 september 2024, toewijzen. Omdat inmiddels de termijnen van oktober 2024 tot en met januari 2025 ook zijn vervallen, zal de kantonrechter deze ook toewijzen, waarbij rekening moet worden gehouden met tussentijdse betalingen.
Persoonlijke omstandigheden
3.6.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat de achterstand is ontstaan door verlies van werk en uitkering. Verder kampt [gedaagde] met gezondheidsproblemen. De kantonrechter overweegt dat deze persoonlijke omstandigheden – hoe ingrijpend ook – de beslissing van de kantonrechter over de te betalen huurachterstand niet anders kunnen maken. [gedaagde] heeft geen omstandigheden aangevoerd die overmacht opleveren, waardoor van toewijzing moet worden afgezien.
3.7.
Op de mondelinge behandeling heeft Portaal verklaard dat zij open staat voor het treffen van een betalingsregeling. [gedaagde] – dan wel zijn advocaat – doet er daarom verstandig aan om na de ontvangst van dit vonnis contact op te nemen met de gemachtigde van Portaal. Indien [gedaagde] onder bewind komt te staan, moet de gemachtigde van Portaal hiervan ook van op de hoogte worden gesteld.
Ambtshalve toetsing
3.8.
De overeenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf (Portaal) en een consument ( [gedaagde] ). Een huurder wordt hiervoor gelijk gesteld aan een consument. Op zo’n overeenkomst zijn consument-beschermende bepalingen van toepassing. Sommige belangrijke consumentbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt), moet beoordelen of die zijn nageleefd.
Zo moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de huurovereenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) staan die relevant zijn voor de beoordeling van de (verschillende onderdelen van de) vordering. Als dergelijke bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen, naar Europees recht oneerlijk en daarmee naar Nederlands recht onredelijk bezwarend zijn voor consumenten, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen. In deze procedure gaat het met name om bedingen over rente en een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
Wettelijke rente
3.9.
Er staat geen onredelijk rentebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. [3] De wettelijke rente vanaf de verschillende data dat [gedaagde] de huurtermijnen had moeten betalen, zal de kantonrechter toewijzen. [gedaagde] is namelijk te laat met betalen.
Geen buitengerechtelijke incassokosten
3.10.
In artikel 15.6 van de algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dit beding wijkt in het nadeel van consumenten af van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW en het daarop gebaseerde
Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokostenen dat mag niet. Consumenten, zoals de gedaagde partij, zijn namelijk slechts kosten als bedoeld in de voormelde regeling verschuldigd voor zover is voldaan aan een aantal wettelijke eisen. Eén van die eisen is dat de consument eerst door middel van een aanmaningsbrief de mogelijkheid heeft gekregen om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten.
De gedaagde partij is op grond van artikel 15.6 in principe verplicht om bij niet nakoming van de betalingsverplichting van een huurtermijn, de in dat verband door de eisende partij gemaakte kosten van een schriftelijke aanmaning te voldoen zonder een voorafgaande kosteloze aanmaning. Een dergelijk beding is oneerlijk en wordt daarom vernietigd.
De proceskosten
3.11.
[gedaagde] is grotendeels is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- dagvaarding € 137,39
- griffierecht € 496,00
- salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten x tarief van € 238,00)
- nakosten
€ 119,00Totaal € 1.228,39.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Portaal van:
a. € 2.992,83 aan huurachterstand tot en met 30 september 2024, te vermeerderen met
de wettelijke rente over € 2.992,83 vanaf 23 september 2024 tot de dag waarop alles
is betaald, waarbij rekening wordt gehouden met tussentijdse betalingen;
b. de huurtermijnen betreffende de maanden oktober 2024 tot en met januari 2025, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop elk bedrag verschuldigd
was tot de dag waarop alles is betaald, waarbij rekening wordt gehouden met
tussentijdse betalingen;
c. € 32,30 aan wettelijke rente tot en met 22 september 2022;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 1.228,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis wordt daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af wat er meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

Voetnoten

1.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR: 2018:1810.
2.Rechtbank Midden-Nederland heeft alle deurwaarders en grote verhuurders in haar arrondissement
3.Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte (versie 29 augustus 2017).