Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge conclusie van antwoord tijdens de rolzitting op 8 januari 2025;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag voor overgenomen voorraden van gedaagde, die sinds december 2023 franchisenemer is van een onderneming. Eiser stelt dat hij de franchiseonderneming aan gedaagde heeft verkocht en dat gedaagde nog € 4.383,58 met rente en kosten moet betalen. Gedaagde betwist dit en voert aan dat eiser geen contractpartij is en dat de factuur moet worden verrekend met schade aan keukenapparatuur.
De kantonrechter beoordeelt dat de koopovereenkomst is gesloten tussen gedaagde en de broer van eiser, de heer A, die als verkoper is vermeld en de overeenkomst heeft ondertekend. Eiser wordt nergens in de overeenkomst genoemd en is dus geen contractpartij. Hierdoor kan eiser zich niet op de overeenkomst beroepen en is hij niet-ontvankelijk in zijn vorderingen.
De overige standpunten van partijen blijven onbesproken. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 100,- wegens de aanwezigheid van gedaagde zonder gemachtigde, met toekenning van wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.E. Garvelink en op 28 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen partij is bij de koopovereenkomst.