Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling van 23 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [eiseres] ;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres huurt sinds december 2022 een woning van gedaagde en is geconfronteerd met ontbinding van de huurovereenkomst via een verstekvonnis, dat in verzet is bekrachtigd met een ontruimingstermijn van twee maanden. Eiseres heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van het verzetvonnis tot de uitspraak in hoger beroep.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van eiseres, maar oordeelt dat de belangenafweging ten aanzien van de uitvoerbaarheid al uitdrukkelijk door de kantonrechter is gemaakt. De aangevoerde omstandigheden, zoals de spierziekte van eiseres en de mantelzorg door haar minderjarige zoon, zijn niet nieuw en al meegewogen in het verzetvonnis. Er is geen sprake van een noodtoestand of een kennelijke misslag.
Daarnaast is er een reële verwachting dat ondanks de huidige overstand op de huurbetalingen op korte termijn opnieuw een achterstand zal ontstaan, waardoor het belang van gedaagde bij directe tenuitvoerlegging prevaleert. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verzetvonnis worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.