Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 september 2024 met 9 producties;
- de conclusie van antwoord 8 producties;
- de mondelinge behandeling van 8 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, wonend nabij een windpark van Olsterwind, vorderde een jaarlijkse onvoorwaardelijke vergoeding van € 2.500,- vanaf ingebruikname windpark in juni 2023. Hij stelde dat tijdens een gesprek in 2019 een onvoorwaardelijke toezegging was gedaan, terwijl Olsterwind betwistte dat er een dergelijke toezegging zonder voorwaarden is gedaan.
De rechtbank oordeelde dat niet vaststaat dat Olsterwind een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Redelijkerwijs mocht eiser rekening houden met voorwaarden, zoals bewoning van de woning, nabijheid tot windmolen en operationeel zijn van het windpark. Eiser erkende zelf dat hij begreep dat hij omwonende moest zijn binnen 1200 meter en dat het windpark operationeel moest zijn.
De rechtbank verwierp de vordering tot onvoorwaardelijke betaling en ook de vordering tot wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Olsterwind. De brief van Olsterwind en eerdere toezeggingen van andere entiteiten konden geen onvoorwaardelijke verplichting voor Olsterwind creëren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onvoorwaardelijke betaling van de vergoeding af en veroordeelt eiser in de proceskosten.