Eiser heeft woningurgentie gekregen vanwege mantelzorg voor zijn vader, met een zoekprofiel gericht op appartementen binnen vijf kilometer van de vader. Eiser wilde echter voorrang op een woonwagenstandplaats naast de woonwagen van zijn vader, wat het college heeft geweigerd. De rechtbank beoordeelde dat de Verordening geen ruimte biedt om urgentie toe te passen op woonwagenstandplaatsen, die een eigen toewijzingssystematiek kennen.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn achtergrond en cultuur, en dat de Verordening in strijd is met hogere wetgeving en internationaal recht. De rechtbank oordeelde dat de urgentie is verleend voor het doel van mantelzorg en dat de aangeboden woningen binnen het zoekprofiel daarvoor geschikt zijn. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat er geen uitzonderlijke situatie is.
Verder oordeelde de rechtbank dat het recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven geen positieve verplichting tot het verstrekken van een woonwagenstandplaats inhoudt. Ook is niet gebleken dat de belangen van de minderjarige zoon van eiser worden geschaad. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.