Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] met producties 3-11, tevens wijziging van eis;
- de akte van [eiser] ;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert de verhuurder beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik van de huurwoning. De kantonrechter heeft reeds in een tussenvonnis vastgesteld dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen dan die van de huurder, maar dat nog onderzocht moest worden of de huurder passende vervangende woonruimte kan vinden.
De huurder heeft een inkomen van circa € 2.100 netto per maand en kan maximaal € 700 aan huur betalen. De verhuurder heeft woningen in de vrije sector aangedragen met huurprijzen rond € 1.500, wat niet passend is. De huurder is aangewezen op sociale huurwoningen, maar staat op een lage positie op de wachtlijst en heeft slechts beperkt gereageerd op beschikbare woningen, voornamelijk eengezinswoningen in de directe omgeving.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder onvoldoende heeft aangetoond dat passende vervangende woonruimte beschikbaar is. Ook is twijfel over de inspanningen van de huurder om vervangende woonruimte te vinden. Gezien de woningnood en het ontbreken van concrete onderbouwing wijst de kantonrechter de vordering af en verlengt de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. De voorwaardelijke reconventie behoeft geen beoordeling omdat de hoofdvordering is afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt voor onbepaalde tijd verlengd.