ECLI:NL:RBMNE:2025:2812
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. O.P. Van Tricht, rechter in een civiele procedure, omdat deze de zaak voor vonnis heeft gezet zonder verzoeker nogmaals in de gelegenheid te stellen te reageren op de conclusie van dupliek van de tegenpartij. Verzoeker stelt dat hierdoor zijn recht op een eerlijk proces is geschonden.
De rechter heeft gemotiveerd dat het zetten van de zaak voor vonnis een zuivere procesbeslissing is, waartegen geen wrakingsgrond kan bestaan, en dat de conclusie van dupliek geen nieuwe standpunten bevatte die een reactie vereisten. De wrakingskamer heeft dit standpunt overgenomen en benadrukt dat onpartijdigheid alleen wordt geschaad indien sprake is van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.
Na beoordeling concludeert de wrakingskamer dat de procesbeslissing en de motivering daarvan niet anders kunnen worden uitgelegd dan als een normale rechterlijke taakuitoefening zonder vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de civiele procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing wegens het wrakingsverzoek.
De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.