ECLI:NL:RBMNE:2025:2814
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende grond voor rechterlijke partijdigheid
Verzoekster heeft op 11 mei 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. H.A.M. Pinckaers, de rechter die de ontruimingszaak van haar huurwoning behandelt. Zij stelde dat de rechter haar op de zitting van 2 mei 2025 niet de kans gaf haar standpunt toe te lichten en haar en haar gemachtigde afkapte, waardoor zij vreesde voor een vooringenomen oordeel.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 22 mei 2025 behandeld en daarbij het proces-verbaal van de zitting als belangrijkste bron gebruikt. Uit dit verslag blijkt dat de rechter beide partijen gelijke spreektijd gaf en verzoekster expliciet de gelegenheid bood om haar verhaal te doen. De rechter bepaalde welke onderwerpen aan bod kwamen voor een goede zaakbeoordeling.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek tijdig was ingediend nadat verzoekster via het Juridisch Loket op de hoogte was gebracht van haar wrakingsrecht. De kamer vond echter geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, omdat het proces-verbaal geen aanwijzingen gaf dat de rechter verzoekster ongelijk behandelde.
Daarom wees de wrakingskamer het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de procedure in de ontruimingszaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.