Eisers hebben op grond van de Wet open overheid (Woo) een verzoek ingediend voor het schouwrapport van 2023 betreffende de Bezembinderssloot te Bunnik. Het college besloot op 12 januari 2024 dat het gevraagde document openbaar werd gemaakt, maar dit bleek onjuist en onvoldoende gemotiveerd. Het bezwaar van eisers werd door het college ongegrond verklaard met het bestreden besluit van 30 november 2024.
De rechtbank constateerde dat het besluit van 12 januari 2024 onzorgvuldig was en dat het bestreden besluit niet de gebreken herstelde. Er werd onvoldoende toegelicht hoe het college had gezocht naar documenten en of deze beschikbaar waren. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit.
Uit de toelichting van het college bleek dat er sinds 2015 geen schouwrapporten over de Bezembinderssloot aanwezig zijn, omdat het een droge sloot betreft waarvoor geen periodieke schouw plaatsvindt. Eisers stelden dat de sloot watervoerend is en daarom wel periodiek geschouwd moet worden, maar maakten niet aannemelijk dat er documenten zijn die overgelegd hadden moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het college gemotiveerd en niet ongeloofwaardig heeft gesteld dat er geen schouwrapporten zijn. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand en het betaalde griffierecht wordt aan eisers vergoed. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.