Uitspraak
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
niet in de gelegenheid om te ondertekenen)
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke tussenuitspraak betreft een geschil over de verlaging van een WIA-uitkering van eiseres. Het UWV had de arbeidsongeschiktheid van eiseres per 8 september 2023 vastgesteld op 61,76%, maar na een herbeoordeling verlaagd naar 53,54%. Eiseres maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat haar gezondheid was verslechterd en dat zij meer behandelingen volgde dan door het UWV was aangenomen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op de datum in geding meer behandelingen volgde dan erkend, maar geeft haar de mogelijkheid om bewijsstukken aan te leveren waaruit blijkt welke behandelingen zij volgde, met welke frequentie en hoeveel tijd dit kostte. Tevens constateert de rechtbank dat het UWV het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door de medische informatie van een verzekeringsarts geheel buiten beschouwing te laten, wat onzorgvuldig is.
De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid dit gebrek te herstellen door de medische informatie alsnog te betrekken bij het oordeel en te reageren op eventuele nieuwe bewijsstukken van eiseres. De uitspraak houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak, waarbij ook de proceskosten en het griffierecht nog niet worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank staat eiseres toe bewijs aan te leveren over haar behandelingen en stelt het UWV in de gelegenheid het zorgvuldigheidsgebrek te herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.