Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
[slachtoffer]’) naar voren is gebracht. [slachtoffer] heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht.
2.TENLASTELEGGING
1 primair op 23 oktober 2022 te Utrecht met anderen [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;
2 primair op 23 oktober 2022 te Utrecht met anderen openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: aangever) buiten bij mijn woning aan de [straat] te Utrecht. Ik zag dat jongens op de hoek van de Kanaalstraat en de Bantamstraat stilstonden. Vervolgens zag ik dat een van de langere jongens vuurwerk onze kant op gooide. Ik hoorde nadat het gegooid was ook een harde knal. Vervolgens zag ik dat de jongens weg waren. Ik hoorde dat er dichtbij weer vuurwerk werd afgeschoten. Ik keek om mij heen en zag dezelfde groep jongens aan de overkant van de straat staan op de hoek van de Kanaalstraat en de Palembangstraat. Ik zag dat de jongens aan het lachen waren en zag dat de jongens weer probeerden vuurwerk af te steken. Ik zag vervolgens dat de groep uiteenging en dat de jongens wegrenden. Ik zag vervolgens dat jongen 2 een fiets pakte en in de richting van [slachtoffer] gooide. Ik zag dat de jongens zich verzamelden om [slachtoffer] heen. Ik zag dat zij in eerste instantie aan het duwen en trekken waren. Ik zag vervolgens jongen 2 een grote stok pakken, uit een container die op de hoek stond. De stok was groter dan jongen 2 zelf. Ik zag dat jongen 2 [slachtoffer] probeerde te slaan met de stok. Ik zag dat daarna een van de jongens, die vrij klein was, met een baksteen in zijn hand naar [slachtoffer] liep. Ik zag dat hij uithaalde met de baksteen in de richting van het hoofd van [slachtoffer] . Ik zag dat [slachtoffer] op zijn hoofd werd geraakt aan de linkerzijde. Ik zag dat [slachtoffer] , na geraakt te zijn door de baksteen, op de grond viel. Ik zag vervolgens dat alle jongens wegrenden. [5]
recording, had de verdachte ten tijde van de politiecontrole op de Muntkade een (vlassig) snorretje, droeg hij een grijs petje, iets blauws onder een zwarte jas met stiksels in de vorm van golven, een blauwe broek met oranje accenten aan de zijkanten van de broekspijpen en donkere schoenen met een witte zool (zie bijvoorbeeld 1:46 en 3:20). Op de beelden van de Palembangstraat, in het dossier opgenomen onder
film 1 vanaf 22.50 t/m 23.20, ziet de rechtbank om 14:10 (23:04 uur) een groep van zes jongens lopen, in de richting van, zo begrijpt de rechtbank, de Kanaalstraat. De jongen die als tweede in beeld komt lopen, draagt kleding (petje, jas, broek en schoenen) die overeenkomt met de kleding die de verdachte droeg ten tijde van de politiecontrole op de Muntkade. De jongen die als derde in beeld komt lopen, heeft een donkere broek aan met grijze vlakken aan de voorzijde van de broekspijpen ter hoogte van de bovenbenen. De vierde jongen die in beeld komt heeft kort, donker, krullend haar, draagt een zwarte jas, een zwarte broek met een brede verticale witte streep aan weerszijden van de broekspijpen en zwarte schoenen.
[bestandsnaam]ziet de rechtbank dat de aangever in gevecht is met een jongen die een donkere broek aan heeft, waarvan vlakken aan de voorkant ter hoogte van de bovenbenen oplichten in het schijnsel van de straatlantaarn. De rechtbank ziet een jongen met een petje op met een lange plank in handen zich in de richting van aangever bewegen.
[bestandsnaam]), is een gedeelte van de vechtpartij te zien. Daarop is te zien dat een jongen met een petje op met een lange plank in zijn handen in de richting van de aangever beweegt.
5.BEWEZENVERKLARING
1 primair
2 subsidiair
op 23 oktober 2022 te Utrecht openlijk, op de Palembangstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door aangestoken vuurwerk in de richting van die [slachtoffer] te gooien en door die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te slaan/stompen tegen het gezicht en het lichaam (onder meer terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) en door die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) te schoppen tegen het lichaam (onder meer terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) en door die [slachtoffer] (met kracht) te duwen en door die [slachtoffer] (met kracht) met een houten plank te slaan tegen zijn elleboog, althans zijn lichaam en door die [slachtoffer] (met kracht) met een baksteen tegen zijn gezicht te slaan, terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel aan de ellebogen voor slachtoffer ten gevolge heeft gehad.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
1 primair medeplegen van zware mishandeling
2 subsidiair openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 226 (tweehonderdzesentwintig) dagen;
een gedeelte van 180 (honderdtachtig) dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 13.753,01, bestaande uit € 1.253,01 aan materiële schade en € 12.500,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, waarvan € 12.500,- (immateriële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening en € 1.253,01 (materiële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2024 tot de dag van de algehele voldoening,
- met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 13.753,01 te betalen, waarvan € 12.500,- (immateriële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening en € 1.253,01 (materiële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2024 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 103 dagen gijzeling;